Geneanet > Prosjekter > Gravlunder > Comines

Minneplakett - Comines

Lokalisering
Rue de Wervicq 212, thans de firma Venator.
Comines (Nord, Frankrike)
Geografiske koordinater : 50.7678,3.033
Kommentar
Minneplakett (WWII Motstand og deportasjon)

Foto en tekst overgenomen van Karel De Wilde. Heem- en Oudheidkundige Kring Zele 1. De Ramp van Bousbecque van 26 juni 1918 was “friendly fire” Luchtbombardement eiste 38 slachtoffers uit Zele en Hamme Vergeten oorlogsramp na 100 jaar ter plaatse herdacht De opeisingen van werklieden tijdens WO I uit onze streek hebben een zeer hoge dodentol geëist. Talrijke Zelenaars en Hammenaars lieten het leven als arbeiders achter het front in penibele omstandigheden of door oorlogshandelingen. Zo heeft Hamme het hoogste aantal omgekomen opgeëisten van alle gemeenten in België. Wat Zele betreft, was de ‘Ramp van Bousbecque’ van 26 juni 1918 het meest dramatische oorlogsmoment. Bij een geallieerd luchtbombardement die dag op de bevoorradingszone Leievallei achter het Duitse oorlogsfront, werden vier fatale bommen gedropt boven de fabriek van de Blancs de Comines, waar een werkbrigade opgeëisten uit onze streek ondergebracht was. Er vielen 38 slachtoffers: 20 uit Zele, 14 uit Hamme en 4 uit Baasrode. Over de feiten en hun context verscheen eerder dit jaar een uitvoerige bijdrage in het jaarboek van H.O.K. Zele. Tot voor kort was er niets dat nog aan dat feit herinnerde. Om die reden hebben de Heem- en Oudheidkundige Kring Zele en Heemkring Osschaert Hamme een gezamenlijk project op het getouw gezet om te komen tot een officiële gedenkplaat ter plaatse, met toestemming van de stad Comines (F) en met steun van de gemeenten Zele en Hamme. De officiële inhuldiging van die gedenkplaat, met de individuele namen van alle 38 slachtoffers, vindt plaats op zondag 1 juli 2018 te 17 u. Locatie: voormalige fabriek Blancs de Comines (thans firma Venator), 211 Rue de Wervicq te Comines (F). De loodwitfabriek Blancs de Comines (foto: H.O.K. Zele). 2. Over de Zeelse opgeëisten in WO I en de Ramp van Bousbecque van 26.6.1918 Vier jaar lang raasde het oorlogsgeweld in volle hevigheid over de IJzervlakte en de boog van Ieper. Duizenden soldaten sneuvelden aan het front door geweervuur, bij artilleriebeschietingen of gasaanvallen. Omzeggens iedere gemeente in België had een aantal plaatselijke jongens te betreuren die niet uit die hel zijn teruggekeerd. Ook onze gemeente Zele heeft daarin haar trieste deel gehad. Daarvan getuigt de lange namenlijst van gesneuvelde soldaten op ons oorlogsmonument. Toch was het niet alleen bij de soldaten aan het front dat de oorlog dood en verderf zaaide. Ook de burgerbevolking werd niet gespaard. Vanaf 1916 begon de bezetter massaal werkloze arbeiders op te eisen in grote bataljons, de Z.A.B.’s (=Zivilarbeiterbatallione). Die arbeiders werden verplicht allerlei werkzaamheden te doen in de tweede lijn achter het front, om de bevoorradingslijnen open te houden. Hun taken waren heel divers: bouw van betonbunkers, grondverzet voor verdedigingswerken en loopgraven, het ruimen van puin, het herstellen van wegen en spoorwegen en last but not least de aanvoer van allerlei materialen, munitie incluis. Al dat labeurwerk moesten ze verrichten met een karig rantsoen; hun logement was meestal een primitieve barak of een deel van een fabriek. Ondervoeding, besmettelijke ziektes, werkongevallen en vooral beschietingen eisten een grote dodentol. Zele behoorde toen tot het zogenaamde Etappengebiet, grosso modo West- en Oost-Vlaanderen, het wingewest bij uitstek voor alle opeisingen. Daardoor is de tol aan doden en gekwetsten onder de opgeëiste arbeiders bijzonder hoog geweest in alle gemeenten van onze streek, een zwaardere tol dan de meeste andere streken van bezet België. Maar er is nog méér gebeurd, helaas. Specifiek voor Zele kunnen we stellen dat het venijn in de staart zat met betrekking tot het trieste lot van de opgeëiste arbeiders. Het betreft de Ramp van Bousbecque van 26 juni 1918. Bij een geallieerd luchtbombardement die dag op de bevoorradingszone Leievallei achter het Duitse oorlogsfront, werden vier fatale bommen gedropt boven de loodwitfabriek van de Blancs de Comines, waar een werkbrigade opgeëiste arbeiders uit onze streek ondergebracht was. Bij dit bombardement vielen in totaal 38 slachtoffers: 20 mannen uit Zele, 14 uit Hamme en 4 uit Baasrode. Zij behoorden allen tot de werkbrigade van het nabijgelegen dorp Bousbecque in Noord-Frankrijk. Die werkbrigade was amper een paar weken tevoren in allerijl opgevorderd voor noodwerkzaamheden om de bevoorradingslijnen van het krakend Duits oorlogsfront open te houden. Voor Zele werd dit bombardement, de Ramp van Bousbecque van 26 juni 1918, het meest dramatische oorlogsmoment van de hele Eerste Wereldoorlog. Twintig Zeelse mannen, eenvoudige arbeiders, die in penibele omstandigheden hun gevaarlijk logistiek werk vlak achter het front moesten verrichten, vonden in één klap de dood, samen met nog 18 streekgenoten. Zij zijn gedood door zogenaamd “friendly fire”, geallieerd luchtvuur. Dat maakt de Ramp van Bousbecque tot een diep triest, dubbel triest oorlogsincident; de balans voor Zele en Hamme was bijzonder zwaar. Voor de grote militaire oorlogsgeschiedenis was die ramp gewoonweg “collateral damage”. Vanuit de menselijke kant bekeken, waren het echter 38 onschuldige burgers die zinloos werden vermorzeld door een niets ontziende oorlogsmachine. De namen van de Zeelse slachtoffers uit de Ramp van Bousbecque staan mee vermeld in de alfabetische namenlijst van de martelaren aan de achterkant van dit oorlogsmonument. Maar toch geraakte de Ramp van Bousbecque als dramatisch oorlogsfeit met de jaren een beetje vergeten. De slachtoffers hebben destijds nooit een behoorlijk graf gehad, zelfs geen reguliere overlijdensaktes (het was immers frontzone). Ginder ter plaatse was er tot voor kort niets, maar dan ook niets dat nog aan de ramp of aan de slachtoffers herinnerde. Om die reden hebben de Heem- en Oudheidkundige Kring Zele en Heemkring Osschaert Hamme een gemeenschappelijk project op het getouw gezet om te komen tot een officiële gedenkplaat ter plaatse, met toestemming van de stad Comines (Frankrijk) en met steun van de gemeenten Zele en Hamme. De tweetalige gedenkplaat van de Ramp van Bousbecque, met daarop de individuele namen van alle 38 slachtoffers, werd op 1 juli 2018 ingehuldigd te Comines op de plaats van de ramp, aan de oude fabrieksmuur van de Blancs de Comines. Opdat zij nooit zouden vergeten worden.